Verspreidingsonderzoek muntjak Muntiacus reevesi in Nederland – januari t/m maart 2016

In vervolg op een risico-analyse voor de muntjak (Hollander, 2013b), heeft de NVWA (deels verantwoordelijk voor de uitvoering van het exotenbeleid in Nederland), gevraagd een verspreidingsonderzoek naar de muntjak in Nederland uit te voeren. De vraagstelling hierbij is, waar en in welke aantallen muntjaks anno 2016 in Nederland voorkomen en in hoeverre sprake is van populaties en van voortplanting en dus vestiging. 
 
Hiertoe zijn allereerst alle in Nederland aanwezige databestanden (NDFF, data Gerrit-Jan Spek, data van diverse Faunabeheereenheden) bij elkaar gevoegd. Dit leidde tot een bestand van 153 meldingen. Alle meldingen zijn zoveel mogelijk bij de bron nagetrokken, voor meer informatie. Op grond hiervan is de verspreiding van de muntjak sinds de eerste meldingen in 1997 gereconstrueerd. Hieruit blijkt dat muntjaks zijn verdwenen uit de Achterhoek en op de Veluwe vrijwel niet meer voorkomen. Hoe dit is gebeurd, is niet meer te achterhalen. 
 
Op basis van deze meldingen, zijn concentratiegebieden aangegeven, waar na 2010 sprake is van meerdere of recente waarnemingen. Dit zijn Landgoed De Utrecht, Hilvarenbeek en Oost-Zeeuws-Vlaanderen. In deze gebieden is van januari t/m maart 2016 een gericht onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van de muntjak, zoveel als mogelijk met lokale partijen. Een deel van het onderzoek betrof het ophangen van (een klein aantal) cameravallen in deze gebieden. Géén van de gebruikte cameravallen heeft tot het daadwerkelijk vaststellen van muntjaks geleid. Wel zijn van de lokale partijen en naar aanleiding van diverse media-uitingen, 16 nieuwe meldingen ontvangen. Hiervan bleek een groot deel het ree te betreffen, waar verwarring mee kan optreden. 
 
Uit dit verspreidingsonderzoek zijn conclusies getrokken over het actuele voorkomen van muntjaks in Nederland. Op de Veluwe is waarschijnlijk hooguit sprake van enkele losse individuen, ten zuid-oosten van Apeldoorn (omgeving Beekbergen-Loenen). In de provincie Noord-Brabant is sprake van een mogelijke populatie in en om Landgoed de Utrecht. Daarnaast zijn er enkele locaties waar sprake is van enkele losse individuen, bij Hilvarenbeek (ten zuiden van Beekse Bergen) en mogelijk Ossendrecht, omgeving Eindhoven en de Maashorst. De situatie in de 3 laatste gebieden is niet goed bekend. In Oost-Zeeuws-Vlaanderen is hooguit sprake van enkele losse individuen (omgeving Westdorpe, Heikant). Elders in Nederland leven anno 2016 geen muntjaks (meer). Het is mogelijk, dat in de toekomst lokale meldingen voorkomen van muntjaks, waarbij altijd vastgesteld dient te worden of de melding geen ree betreft. Gezien het bezits- en handelsverbod in Nederland wordt de kans dat dit gebeurt, steeds kleiner geacht.  
 
Eerdere schattingen van de muntjak populatie in Nederland van circa 100 (eind jaren negentig) en 50-100 (2010) lijken op basis van de huidige inzichten overtrokken. Mogelijk bevond zich eind jaren negentig een populatie van 15-20 exemplaren bij Almen in de Achterhoek (nu verdwenen). Mogelijk waren er destijds op de Veluwe ook circa 15-20 exemplaren, maar sinds 2005 is dit aantal afgenomen tot hooguit enkele lokale individuen. Ook op Landgoed De Utrecht was rond 2010 mogelijk sprake van een populatie van (maximaal) 15 individuen, inmiddels afgenomen tot waarschijnlijk hooguit 5 individuen. 
 
Onderdeel van het onderzoek is tevens, het samenstellen van een overzicht van eradicatiemethoden. Dit is voor een belangrijk deel gebaseerd op een recent gepubliceerde Vlaamse ‘best practice’ voor beheer van muntjaks en aangevuld met Nederlandse gegevens. Gericht afschot is de meest voor de hand liggende en effectieve eradicatiemethode. Wanneer in een gebied hiervoor wordt gekozen, dient op voorhand een gedegen plan van aanpak te worden opgesteld met eigenaar/beheerder en lokale WBE/ jachtcombinaties. Uitvoering vindt bij voorkeur plaats door lokale (reewild)jagers, die het terrein goed kennen. Niet (zichtbaar) zwangere vrouwtjes kunnen zogende jongen hebben. Hoogzwangere vrouwtjes hebben onafhankelijke jongen. Als een geschoten vrouwtje toch jongen heeft, zullen die binnen enkele minuten na het afschot naar hun moeder komen, zodat deze dan ook afgeschoten kunnen worden. Andere mogelijke eradicatiemethoden als vangen, verdoven, steriliseren en ophokking zijn beschreven, maar of arbeidsintensief of in de praktijk lastig uitvoerbaar. Afschot is daarmee de meest effectieve methode. Afschot vanaf hoogzit en aankorrelen hebben daarbij een voorkeur boven nachtjacht, gemeenschappelijke aanzit en drukjacht. Deze laatste methoden zijn arbeidsintensiever en risicovoller.