Publicatieoverzicht

Soort- en individuele herkenning van noordse woelmuis met eDNA: een pilot langs het kanaal Omval Kolhorn

2017

De provincie Noord-Holland heeft de Zoogdiervereniging gevraagd om door middel van een praktijktest na te gaan of in suboptimale leefgebieden de eDNA methodiek kan worden ingezet om de aanwezigheid van noordse woelmuizen vast te stellen en om te testen of uit keutels van noordse woelmuizen DNA voor identificatie en vaststelling van individuele genetische profielen kan worden verkregen. De genetische analyses zijn uitgevoerd in het laboratorium van Wageningen Environmental Research (Alterra). 

Zoogdieren in Zuid-Holland: noordse woelmuis, bever in N2000 gebieden en konijnen-tellingen

2016

De provincie Zuid-Holland heeft in het kader van monitoringsverplichtingen die voortkomen uit de Habitatrichtlijn behoefte aan (monitoring)gegevens over de noordse woelmuis (Microtus oeconomus arenicola), de bever (Castor fiber) en het konijn (Oryctolagus cuniculus). Aan de Zoogdiervereniging is gevraagd deze specifieke informatie te achterhalen en ter beschikking te stellen aan de provincie Zuid-Holland. 

Voorstel voor monitoring van de noordse woelmuis d.m.v. van eDNA in N2000-gebieden en andere leefgebieden

2016

In het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) wordt de noordse woelmuis (Microtus oeconomus arenicola) gemonitord door middel van het pluizen van uilenballen. Dat levert voldoende informatie op voor een landelijke trend van de verspreiding van de soort. De uitkomsten daarvan zijn voldoende voor de EU rapportages over de landelijke staat van instandhouding van deze soort.  
 

Verspreidingsonderzoek muntjak Muntiacus reevesi in Nederland – januari t/m maart 2016

2016

In vervolg op een risico-analyse voor de muntjak (Hollander, 2013b), heeft de NVWA (deels verantwoordelijk voor de uitvoering van het exotenbeleid in Nederland), gevraagd een verspreidingsonderzoek naar de muntjak in Nederland uit te voeren. De vraagstelling hierbij is, waar en in welke aantallen muntjaks anno 2016 in Nederland voorkomen en in hoeverre sprake is van populaties en van voortplanting en dus vestiging. 
 

Onderzoek naar het populatieverloop van veldmuizen van Schiphol Airport in 2015

2015

De graspercelen van Schiphol Airport blijken een prima biotoop te vormen voor 
veldmuizen. De aanwezigheid van deze veldmuizen trekt predatoren als buizerds, 
blauwe reigers en torenvalken, die op hun beurt een gevaar kunnen vormen voor 
het vliegverkeer. Medewerkers van Schiphol Airport proberen dan ook de 
veldmuisstand op hun terreinen op een aanvaardbaar minimum te handhaven. 
De veldmuisstand is van 2005 tot en met 2008 gemonitord door het KAD 
(Kenniscentrum Dierplagen). Er werd gemonitord middels de zogenaamde 

Veldonderzoek noordse woelmuis in het Oostzanerveld met eDNA

2015

Het Oostzanerveld is een veenweidegebied met plas-dras graslanden en rietkragen dat van Oostzaan in het zuiden doorloopt tot de droogmakerij ‘Wijdewormer’ in het noorden. De noordse woelmuis is bekend uit het gebied, maar recente inventarisatie-gegevens ontbreken op een enkele losse waarneming na. De provincie Noord-Holland heeft het Bureau van de Zoogdiervereniging opdracht gegeven om 12 verschillende kilometerhokken met behulp van de eDNA methode te inventariseren (figuur 1 en figuur 3).

Monitoring rosse woelmuis m.b.v. braakballen van ransuil

2015

Het RIVM heeft het Bureau van de Zoogdiervereniging in 2013 gevraagd een monitoringsmethode op te zetten die inzicht geeft in fluctuaties in aantallen rosse woelmuizen in tijd en ruimte. In eerste instantie leek het analyseren van braakballen van bosuilen hier een goede methode voor te zijn, maar het verzamelen van dit materiaal bleek veel moeilijker dan gedacht. Het aantal personen dat zich bezig houdt met onderzoek naar bosuilen is beperkt en het verzamelen van voldoende materiaal van een locatie bleek moeilijk tot onmogelijk te zijn (Bekker 2014).  

De noordse woelmuis langs het Haringvliet, het Hollandsch Diep, de Oude Maas en het Krammer Volkerak in 2014 en 2015 (Natura 2000)

2015

In opdracht van provincie Zuid-Holland zijn in het najaar van respectievelijk 2014 en 2015 binnen Natura 2000-gebieden langs de Oude Maas, het Haringvliet, het Hollandsch Diep en het Krammer Volkerak in totaal 65 locaties bevangen op de aan- of afwezigheid van noordse woelmuis, als nulmeting voor deze gebieden in de Zuid-Hollandse Delta. Aanvullend zijn in 2014 in de Hoekse Waard nog negen extra locaties bevangen in specifieke aardmuis-biotopen, om de eventuele aanwezigheid van de soort vast te stellen.

Monitoring Pallas’ eekhoorn 2014 Onderzoek aan de hand van vraatsporen

2015

Sinds 1998 komt ten zuidoosten van Weert de Pallas’ eekhoorn (Callosciurus erythraeus) in het wild voor. Deze is destijds bij een plaatselijke dierenhandelaar ontsnapt. De oorspronkelijk uit China afkomstige Pallas’ eekhoorn treedt in gebieden waar de soort is uitgezet of ontsnapt, op als een invasieve exoot. 

Het wegvangen van de Pallas’ eekhoorns, en daarmee het project, verloopt volgens schema. Er is waarschijnlijk geen sprake meer van een populatie Pallas’ eekhoorns in Nederland. Wel zijn er mogelijk nog enkele exemplaren in het gebied aanwezig. 

Onderzoek naar het voorkomen van de noordse woelmuis in plangebied Schoteroog bij Haarlem 2015

2015

Binnen het plangebied Schoteroog staat het graven van een sleuf voor een elektriciteitsleiding gepland. Het plangebied ligt aan de Mooie Nel, een water met oevers waarbinnen in het recente verleden noordse woelmuizen zijn aangetroffen. Binnen het plangebied kon voorafgaand aan dit onderzoek niet uitgesloten worden dat de soort er aanwezig is.