Sonar en Spitssnuitdolfijnen: de laatste stand van zaken

Sinds de jaren ’60, toen sonar zijn intrede deed bij de marine om onderzeeërs op te sporen, zijn er wereldwijd twaalf massastrandingen van spitssnuitdolfijnen bekend bij grote militaire oefeningen op zee. Sonar maakt gebruik van geluidsimpulsen om onder water te navigeren of om voorwerpen te detecteren. Dolfijnen gebruiken echolocatie, vergelijkbaar met actieve sonar, om hun prooi te vinden.

Image
Cuvier's dolfijn (Bron: Ronald Smit, CIMA Research Foundation)
Cuvier's dolfijn (Bron: Ronald Smit, CIMA Research Foundation)

Afgelopen maand verschenen twee wetenschappelijke artikelen (Workshop Fuerteventura en Mariana Islands) over het effect van sonar (sound navigation and ranging) op walvisachtigen. Na NAVO-oefeningen bij de Canarische eilanden in 2002 waarbij sonar was gebruikt, trad er een massastranding op van Cuvier’s dolfijnen op deze eilanden. Daarna werd een verbod ingesteld op het gebruik van sonar bij dergelijke operaties in dit gebied en er traden hier geen nieuwe massastrandingen meer op. Helaas op andere plekken nog wel, zoals bijvoorbeeld bij de Mariana eilanden in de Pacifische oceaan.

Spitssnuitdolfijnen, een mysterieuze groep dolfijnen

Spitssnuitdolfijnen vormen een groep dolfijnen uit de familie van Ziphiidae, die gekenmerkt wordt door hun smalle spitse snuit. Ze worden 4 tot 13 meter lang en het zijn echte diepzeeduikers. Het grootste deel van hun leven brengen ze door op grote diepte. Een Cuvier’s dolfijn kan tijdens een twee-uur durende duik een diepte van drie kilometer bereiken. Dit is een absoluut een record voor een warmbloedig dier met gewone ademhaling. Omdat veel soorten spitssnuitdolfijnen midden op de oceaan voorkomen is veel over hun voorkomen en gedrag nog niet bekend. Van een paar soorten die dichtbij eilanden voorkomen is inmiddels veel meer bekend, zoals Cuvier’s dolfijnen en Blainville’s dolfijnen. Dit zijn de soorten die tijdens massastrandingen vaak aanspoelen. 

Spitssnuitdolfijnen en echolocatie

Spitsnuitdolfijnen vertonen ongebruikelijk duikgedrag. Ze duiken diep, gemiddeld naar een diepte van vijfhonderd tot duizend meter, voor lange periodes, om inktvissen en vissen te vangen. In een recent onderzoek wordt aannemelijk gemaakt dat deze manier van foerageren in feite een strategie is om te voorkomen zelf aangevallen te worden. Orka’s zijn hun belangrijkste vijand. Spitssnuitdolfijnen blijken hun echolocatie alleen te gebruiken voor het foerageren, wanneer ze diep genoeg zijn, buiten het bereik van orka’s. Verder zijn ze tijdens de duik stil. Ze vormen kleine groepen als ze weer omhoog naar de oppervlakte zwemmen, ervoor zorgend dat ze zo ver weg als mogelijk van de plek waar ze naar beneden zijn gedoken, weer boven komen. Orka’s die hoger in de waterkolom zouden kunnen patrouilleren, worden zo om de tuin geleid. Uit experimenten op zee met sonar en met het afspelen van geluiden van orka’s blijkt dat spitssnuitdolfijnen in beide gevallen dit als gevaar interpreteren en hiervoor wegvluchten en langer onder water blijven. Het langer onder water blijven kan tot decompressie-verschijnselen en desoriëntatie leiden, met mogelijke strandingen tot gevolg. 

Image
Stranding gewone spitssnuitdolfijn (Bron: Fadia Al Abbar)
Stranding gewone spitssnuitdolfijn (Bron: Fadia Al Abbar)


(Massa)strandingen van spitssnuitdolfijnen door sonar

Wanneer massastrandingen optreden, wordt al snel sonar als de boosdoener genoemd, hoewel vaak niet bekend is of er wel sonar gebruikt is. Daarom is het handig als bij strandingen van spitssnuitdolfijnen de doodsoorzaak zou kunnen worden achterhaald. In 2017 werd op Fuerteventura een workshop gehouden met experts op het gebied van spitssnuitdolfijnen. Deze workshop leverde een lijst op van (met name pathologische) kenmerken bij door sonar gestrande dolfijnen, die nu gebruikt wordt bij de necropsies, zeker in geval van strandingen met meerdere spitssnuitdolfijnen tegelijk, om te bepalen of sonar een mogelijke doodsoorzaak is.

Strandingen op de Nederlandse kust

De zuidelijke Noordzee is te ondiep voor spitssnuitdolfijnen en daarom worden ze in de Nederlandse wateren zelden waargenomen. Als er spitssnuitdolfijnen worden waargenomen, betreft het voornamelijk de gewone spitssnuitdolfijn of de butskop, die in de noordelijke Noordzee en in het noordelijke deel van de Atlantische oceaan algemeen voorkomen. In Nederland zijn sinds 1970 13 gewone spitssnuitdolfijnen en 3 butskoppen aangespoeld (bron: walvisstrandingen.nl).

Tot nu toe zijn bij spitssnuitdolfijnen die gestrand op onze kusten, en die vers genoeg waren om nader te onderzoeken, geen aanwijzingen voor schade door sonar aangetroffen. Vaak zijn het vermagerde dieren, die in de ondiepe Noordzee geen voedsel meer hebben kunnen vinden en overlijden door verhongering of verdrinking. Daarmee lijkt sonar geen oorzaak te zijn voor de dood van spitssnuitdolfijnen in Nederlandse wateren. 

Image
Zeezoogdierdag 2020 (Bron: Werkgroep Zeezoogdieren)
Zeezoogdierdag 2020 (Bron: Werkgroep Zeezoogdieren)


Zeezoogdierdag 14 maart in Rotterdam

Voor wie meer over dit onderwerp te weten wil komen, kan naar de Zeezoogdierdag op 14 maart komen! Hier zullen Frans-Peter Lam (TNO) en René Dekeling (Ministerie van Defensie) de laatste ontwikkelingen bespreken op het gebied van onderwatergeluid, waarbij onder meer speciaal ingegaan wordt op de effecten van sonar op zeezoogdieren. Daarnaast zijn er nog meer interessante sprekers die diverse kanten van zeezoogdieren zullen belichten.

Meer informatie

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Gepubliceerd op 5 maart 2020
Tekst: Jeroen Creuwels, Werkgroep Zeezoogdieren Zoogdiervereniging
Foto's: Pierre Jaquet, Picomyisland.org (leadfoto: gewone spitssnuitdolfijn); Ronald Smit, CIMA Research Foundation; Fadia Al Abbar en Werkgroep Zeezoogdieren