Nieuwe Rode lijst van de Nederlandse zoogdieren: tweederde bedreigde soorten in boerenland

Boerenland zoogdieren verdwijnen

Uit de herziene Rode lijst van de Nederlandse zoogdieren, die vandaag is vastgesteld, blijkt dat met name boerenland zoogdieren achteruitgaan. Maar liefst elf van de 16 soorten op de Rode lijst is gebonden aan het agrarisch gebied: haas, konijn, eikelmuis, hamster, hazelmuis, veldspitsmuis, wezel, hermelijn, bunzing, ingekorven vleermuis en laatvlieger. Veelzeggend is dat alle soorten die een nieuwe of zwaardere Rode Lijst status hebben gekregen dan op de vorige Rode Lijst (vastgesteld in 2009), soorten zijn van het boerenland: haas, bunzing en hermelijn. De meest bedreigde soorten eikelmuis, hamster en hazelmuis, die dankzij beschermingsmaatregelen nog net weten te overleven, laten helaas nog steeds geen verbetering zien. Voor herstel van deze soorten zijn meer inspanningen nodig. Een transitie in het agrarisch gebied is noodzakelijk.

 

Algemene soorten raken bedreigd

Zeer alarmerend is dat er nu ‘algemene’ soorten bedreigd raken. Zo zijn konijn en haas sinds 1950 in aantal met maar liefst 60-70% geslonken. Recenter gaat het ook met algemene soorten als egel en eekhoorn niet goed. Zo blijkt dat de egel en de eekhoorn in verspreiding met 50% respectievelijk 34% achteruit zijn gegaan in de laatste 10 jaar.

Zullen onze kinderen deze soorten in de toekomst alleen nog kennen uit prentenboeken? De Rode Lijst Zoogdieren onderstreept daarmee de noodzaak om te streven naar een goede Basiskwaliteit Natuur: algemene soorten moeten algemeen blijven.

 

Zeehonden, bruinvis, otter en bever van de Rode lijst af

Naast de grote zorgen over de zoogdieren in het agrarisch gebied, is er positief nieuws te melden over een aantal zeezoogdieren en de wat grotere zoogdieren. Het gaat zo goed met bruinvis, gewone en grijze zeehond dat deze soorten niet meer op de Rode lijst staan. Ook de otter, bever en boommarter staan niet meer op de Rode lijst, omdat deze soorten inmiddels gezonde populaties hebben. Heel bijzonder is de otter, aangezien de otter op de vorige Rode lijst nog de status had van ‘Verdwenen uit Nederland’. Dankzij een geslaagde herintroductie is de soort nu weer bijna duurzaam aanwezig in Nederland en een voorbeeld voor onze buurlanden omdat de terugkeer van de otter laat zien dat het mogelijk is om zelfs in een dichtbevolkt land een bloeiende otterpopulatie terug te krijgen. De vooruitgang van deze soorten betekent dat de Rode Lijst in totaal korter is geworden: van 44% naar 32% van de beschouwde soorten. 

 

Totstandkoming Rode Lijst

Voor het opstellen van de Rode Lijst worden alle soorten beschouwd die zich regelmatig in het wild voortplanten (of na 1900 voortgeplant hebben). Nieuwe soorten die zich nog niet 10 jaar voortplanten (bijvoorbeeld wolf, wilde kat) en exoten (bijvoorbeeld wasbeer, wasbeerhond) worden niet beschouwd. Van de beschouwde soorten wordt berekend welke soorten een Rode Lijst status krijgen. Dit wordt bepaald door de zeldzaamheid van de soort en door de trend. Hiervoor gelden harde criteria die zijn vastgesteld door het Ministerie van LNV. Zo krijgen alle soorten een Rode Lijst status die zeer zeldzaam zijn (minder dan 250 voortplantende individuen) of die zijn verdwenen als regelmatige voortplanter. De Rode Lijst status loopt op van Gevoelig, Kwetsbaar, Bedreigd, Ernstig Bedreigd naar Verdwenen, naarmate de trend van aantallen of verspreiding ten opzichte van 1950 sterker afneemt. Soorten die (vrij) zeldzaam zijn komen op de Rode Lijst als ze meer dan 25% zijn afgenomen sinds 1950. Algemene soorten komen alleen op de Rode Lijst als ze meer dan 50% zijn afgenomen. Om de zeldzaamheid en trend te bepalen worden o.a. de gegevens gebruikt die door vrijwilligers worden verzameld in het kader van de meetprogramma’s die de Zoogdiervereniging coördineert.

Publicatiedatum: 03 november 2020

Tekst: Ellen van Norren