Dood doet Veluwse natuur leven

Onder de naam ‘Dood doet Leven’ besteden natuurorganisaties aandacht aan de rol van (grote) dode dieren in onze natuur en daarmee aan die van aaseters. Ook op de Veluwe zorgen fauna- en terreinbeheerders voor kadavers als onderdeel van de natuur.

Hierbij kan worden gedacht aan het laten liggen van een deel van de dode dieren na afschot en het terugbrengen van aangereden wild, vaak reeën, naar een gebied in de directe omgeving van het gevonden dier. De Veluwe is, als Nederlands grootste aaneengesloten laagland-natuurgebied, een bijzonder gebied dat een rijke fauna kent met soorten als wild zwijn, vos, edelhert en raaf. Recent is de Veluwse natuur nog completer geworden door de terugkeer van de wolf. Een grote predator als de wolf kan worden beschouwd als natuurlijke aasleverancier voor aaseters. Zo doodt een roedel wolven per jaar al snel tweehonderd hoefdieren, zoals ree, edelhert en wild zwijn. De rol van aasleverancier is een unieke rol die geen ander dier op de Veluwe kan vervullen. Wolven openen een kadaver bij de buik, verwijderen de ingewanden en openen de ribbenkast om vervolgens het borstbeen op te eten. In veel gevallen wordt de prooi versleept, waardoor ruimte ontstaat om het vlees en de organen te eten. Een wolf eet niet alles op: ingewanden als maag en darmen, stukken huid en stukken bot blijven verspreid liggen. Deze resten vormen dan een voedselbron voor aaseters, zoals diverse aaskevers, raaf, rode wouw en zeearend. Zo kan de terugkeer van de wolf een positief effect hebben op de gehele Veluwse biodiversiteit.

 

Natuurlijke kringloop

Maar er is meer. Aaseters (en hierdoor ook de wolf, als aasleverancier) kunnen tevens worden gezien als een schakel in de kringloop van voedingsstoffen in de natuur. Via aaseters worden de voedingsstoffen die liggen opgeslagen in de lichamen van dode (hoef)dieren over een groter gebied verspreid. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de uitwerpselen van aaseters, maar ook doordat dieren als vos en wild zwijn botten en andere kadaverresten verslepen. De voedingsstoffen die deze kadaverresten bevatten, komen zo verspreid over grotere gebieden terug in de kringloop. Niet alles wordt tenslotte opgegeten. Dit kan, met name in voedselarme gebieden waar de mineralenhuishouding is verstoord, een bijdrage leveren aan het herstel van de natuurlijke kringlopen en daardoor de veerkracht van het gebied versterken. Dit wordt nog versterkt als hoefdieren kunnen trekken tussen de voedselrijke dalgronden en de schrale hoge delen van de Veluwe.

Wanneer dode dieren weer een vastere voedselbron kunnen worden, kan ook de aaseter zich hierop aanpassen. Hierdoor zullen nog meer voedingsstoffen worden benut door aaseters en terugkeren in de natuurlijke kringloop. Dit zichzelf versterkende proces draagt daarmee bij aan een rijkere natuur en op deze manier is de natuurlijke kringloop weer rond. Dat is belangrijk omdat een overdaad aan stikstofneerslag uit de lucht heeft geleid tot uitspoeling van essentiële mineralen. Dit leidt tot verzuring van de bovenste laag grond en tekorten aan mineralen, waardoor kwetsbare planten en dieren verdwijnen. Het is nu nog te vroeg om in te schatten hoe de Veluwse aaseters en de bijbehorende natuurlijke processen zich de komende jaren precies gaan ontwikkelen. Recentelijk opgestart onderzoek moet dit inzichtelijk maken.

Kijk voor meer informatie op dooddoetleven.nl.

Tekst: Bart Beekers, ARK Natuurontwikkeling & Elke Wenting, Wageningen University & Research
Video: ARK Natuurontwikkeling