Als de vleermuizen slapen worden ze geteld

Hoewel sneeuw en strenge vorst nog ontbreken is het voor de vleermuizen toch echt al winter. Door de koude zijn er vrijwel geen insecten en is er dus voor vleermuizen geen voedsel om actief te blijven. Om energie te besparen gaan vleermuizen daarom in winterslaap. En terwijl zij slapen worden de vleermuistellers juist actief: tijd voor de wintertellingen!

Image
Fort Rhijnauwen in de sneeuw
Sprookjesachtig: Fort Rhijnauwen in de sneeuw. Foto: Bernadette van Noort.

Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)

Elk jaar worden meer dan 1500 bunkers, ijskelders, mergelgroeven, forten, vleermuiskelders en soortelijke objecten bezocht om de vleermuizen in winterslaap te tellen. Dat gebeurt in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).  Het verzamelen van de gegevens voor het NEM Meetprogramma Wintertellingen Vleermuizen wordt gecoördineerd door de Zoogdiervereniging. De tellers zijn vrijwilligers van diverse provinciale of regionale vleermuis- of zoogdierwerkgroepen. De gegevens uit het NEM Wintertellingen Vleermuizen worden gebruikt om populatietrends af te leiden. Voor zeven soorten (of soortgroepen) vleermuizen zijn de trends statistisch betrouwbaar. Het CBS berekent de trends. En die trends zijn weer van belang voor de Nederlandse rapportage aan de Europese Unie (EU) over de Europees beschermde soorten, voor Rode Lijsten en voor het natuurbeleid van het Rijk en de provincies.

Wel tellen, niet storen!

Image
Teller telt ingekorven vleermuizen
Door zorgvuldig jaarlijks de vleermuizen in winterslaap en -rust te tellen kunnen we trends berekenen. Foto: Wesley Overman.

Gewapend met een zaklamp, warme kleding (winter!) en een forse portie doorzettingsvermogen gaan de tellers op pad om de bunkers, forten, ijskelders, mergelgroeves, etc. te bezoeken. Om verstoring van de slapende vleermuizen zo veel mogelijk te voorkomen mag zo’n winterverblijf maar één keer per winter bezocht worden en dient het bezoek zo kort mogelijk te duren. Daarbij is een speciale ontheffing op de Wet Natuurbescherming nodig om de wintertellingen te mogen doen. Dat betekent ook dat je als teller snel de vleermuissoort moet herkennen. En dat valt niet altijd mee, want die vleermuizen zitten soms diep weggekropen. Maar omdat de tellers elkaar trainen en de nodige ervaring hebben, is het aandeel ‘vleermuis onbekend’ relatief laag in de tellingen.

Unieke data

Al sinds de jaren veertig worden vleermuizen in Nederland in de winter geteld. Eerst vooral in de mergelgroeven in Limburg en sommige forten van de Hollandse Waterlinie, maar later ook steeds meer in de rest van Nederland. Doordat er al zo lang op dezelfde manier wordt geteld zijn de trends (nemen de aantallen van verschillende soorten in de winterverblijven in aantal toe of af) vanaf 1986 betrouwbaar te berekenen. De Nederlandse tellingen van vleermuizen in winterslaap is daarmee het langst lopende monitoringsnetwerk van vleermuizen ter wereld! En dat allemaal dankzij vele tientallen vrijwilligers.
Tegenwoordig zijn de trends van de gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, ingekorven vleermuis, franjestaart, baardvleermuizen (een groep van zowel baard- als Brandts vleermuis), vale vleermuis en watervleermuis vanaf 1996 statisch betrouwbaar te berekenen.

Telbare en Ontelbare vleermuizen in winterslaap

In het Meetprogramma Wintertellingen Vleermuizen zijn echter alleen die soorten te tellen die in voor mensen toegankelijk mergelgroeven, forten, bunkers, ijskelders etc. overwinteren. Andere soorten vleermuizen, die in de winter bijvoorbeeld diep weggekropen in spouwmuren, in daken, of in holle bomen overwinteren, zijn niet zichtbaar en daardoor niet goed te tellen. We kunnen daarom op basis van wintertellingen geen trends berekenen voor bijvoorbeeld de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (overwinteren in spouwmuren en onder daken) en rosse vleermuis (overwinteren in boomholten). Voor de trendbepaling van die soorten worden sinds 2014 in de zomer verspreid over Nederland vaste routes gereden (NEM-VTT). Voor de in Zuid-Nederland voorkomende grijze grootoorvleermuis en ingekorven vleermuis worden ook aan de hand van zoldertellingen trends berekend.

Over de ins en outs en de resultaten van de vleermuis meetprogramma’s kun je meer lezen in de Telganger, de monitoring-nieuwsbrief van de Zoogdiervereniging.

Image
Weggekropen vleermuizen
Vleermuizen kruipen graag weg in kleine kieren, zoals hier tussen een deur en de muur. Foto: Bernadette van Noort

Ook winterteller worden?

De vleermuis wintertellingen worden provinciaal gecoördineerd en uitgevoerd door ervaren vrijwillige telleiders van provinciale of regionale vleermuis-/zoogdierwerkgroepen. De telleiders worden bijgestaan door max. 3 medetellers. Doordat een object ook maar één keer per winter geteld mag worden is het aantal plaatsen voor nieuwe tellers vaak beperkt en zijn tellingen niet openbaar toegankelijk voor derden.
Ben je echter enthousiast over vleermuizen en zou je graag op termijn wintertellingen gaan doen? Wordt dan lid van een vleermuis- of zoogdierwerkgroep. Bij de meeste worden jaarlijks trainingsbijeenkomsten gegeven en vaak is er de mogelijkheid om onder begeleiding van ervaren tellers aan een telling deel te nemen. Hoe dat is geregeld en op welke termijn je teller kunt worden is per werkgroep verschillend. Hier vind je een overzicht van werkgroepen binnen en buiten de Zoogdiervereniging.


Publicatiedatum: 23 december 2019

Tekst: Marcel Schillemans & Erik Korsten, Zoogdiervereniging.
Foto's: Bernadette van Noort (Fort Rhijnauwen en weggekropen vleermuizen) & Wesley Overman (Teller telt ingekorven vleermuizen).