Faunabeheerplannen sterk verbeterd

31 januari 2012

De Provincies, de Faunabeheereenheden en het Faunafonds zijn samen verantwoordelijk voor een duurzaam, planmatig en gecoördineerd faunabeheer. De afspraken hierover liggen vast in faunabeheerplannen. Na zeven jaar zijn de eerste twee generaties faunabeheerplannen geëvalueerd. De evaluatie richtte zich op de ree, vos, roek en gans. De belangrijkste conclusie is dat de kwaliteit van de faunabeheerplannen sterk verbeterd is. Dit blijkt uit de onderbouwing van het gevoerde beheer, de monitoring van basisgegevens (aantallen, schade en afschot) en de interne communicatie, waardoor de planmatige aanpak en effectiviteit zijn toegenomen.

In de evaluatie is gekeken of er een kwaliteitsverbetering is gerealiseerd in de tweede generatie ten opzichte van de eerste generatie. Daarnaast zijn er aanbevelingen gedaan voor het verbeteren van de kwaliteit van de derde generatie. De belangrijkste bevindingen zijn:

De onderzoekers hebben geconstateerd dat gegevens over sommige diersoorten onvoldoende voorhanden zijn en complexe relaties tussen soorten onvoldoende bekend zijn, waardoor onderbouwing van de faunabeheerplannen bemoeilijkt wordt. Denk hierbij aan de relatie tussen vossen, weidevogels en broedende ganzen, die uiterst complex en afhankelijk van veel andere onbekende factoren is, waardoor het lastig is wetenschappelijk causale verbanden te leggen. Hierdoor worden de Faunabeheereenheden, verantwoordelijk voor het opstellen van de faunabeheerplannen, soms ‘overvraagd’ door de wetgever, het Ministerie van EL&I. In die zin is de ontwikkeling van objectieve afwegingskaders voor soorten van belang ter onderbouwing van populatiebeheer en schadebestrijding.


Aanbevelingen voor de derde generatie faunabeheerplannen zijn:

  • Voor die diersoorten die een provincie- en landsgrens overschrijdende aanpak vereisen, dienen de faunabeheerplannen in samenwerking met andere faunabeheereenheden of landen te worden opgesteld.
  • Een integrale afweging van belangen en (alternatieve) beheermethoden ter voorkoming en/of beperking van schade dient met het oog op een breed gedragen faunabeheer onderdeel uit te maken van de faunabeheerplannen.
  • Externe communicatie over de uitvoer van het faunabeheer naar de burgers is noodzakelijk voor het bereiken van draagvlak voor de uitvoering van het vastgestelde faunabeheer en dient verder verbeterd te worden. Om draagvlak te vergroten bij burgers en agrariërs is continue communicatie over het faunabeheer nodig.

De evaluatie is in opdracht van het Faunafonds, de Provincies en de Faunabeheereenheden door de Zoogdiervereniging uitgevoerd. Het Faunafonds is een zelfstandig bestuursorgaan. Tot zijn kerntaken behoren het verrichten van onderzoek naar faunaschade, het adviseren van het Ministerie EL&I en provincies en het verlenen van tegemoetkomingen bij schade door beschermde inheemse diersoorten.

De rapportage is te raadplegen via de website van het Faunafonds: www.faunafonds.nl. Op deze site vindt u ook andere onderzoeken naar faunaschade, preventie van schade en het beheer van de Nederlandse fauna.

Bron: Faunafonds
Foto's: Ree - Maaike Plomp, vos - Bram Achterberg

Publicatiedatum: 31 januari 2012