Vleermuis zoekt bomenrij

 

18 januari 2011

De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) maakt veelvuldig gebruik van bomenrijen en andere opgaande, lintvormige, vegetatie, als foerageergebied (waar ze op insecten jagen) en als verbindingsroute tussen verblijfplaats en foerageergebied en tussen foerageergebieden onderling. Windbeschutting speelt naar verwachting een belangrijke rol bij de keuze van vliegroutes en foerageerplaatsen.

In het windrijke kustgebied Walcheren (Zeeland) onderzochten Ben Verboom en Hans Huitema daarom de invloed van structuureigenschappen van houtsingels op foeragerende dwergvleermuizen. De hoogte, breedte en vegetatiedichtheid (permeabliliteit) van de singels bleken bepalend voor de mate waarin vleermuizen langs de bomenrijen foerageerden. Zeer lage (<5-6 m), smalle (<4 m) en wind-doorlatende bomenrijen werden niet gebruikt als foerageerplek.





De verspreiding van potentieel geschikte foerageerplekken in het studiegebied bepaalden de keuze van vliegroutes tussen een verblijfplaats van dwergvleermuizen in een kleine bebouwingskern en het omliggende landschap. Het meest gebruikt werden routes die leidden naar die delen van het landschap waar (potentieel) hoog-kwalitatieve foerageerplekken op relatief korte afstand van de verblijfplaats gelegen waren.
 

Tekst: Ben Verboom & Hans H. Huitema in Lutra ‘The influence of treeline structure and wind protection on commuting and foraging common pipistrelles (Pipistrellus pipistrellus)’
Foto: Lutra Volume 53 number 2
 

Publicatiedatum: 15 januari 2011