Verslag mini-symposium van 19 november

Op zaterdag 19 november werd ter gelegenheid van het afscheid van onze voorzitter Jacob van Olst een mini-symposium georganiseerd over de gevolgen van klimaatverandering op de natuur. Dit symposium vond aansluitend op de Algemene Ledenvergadering plaats.

2 december 2011

De dagvoorzitter was Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam en daarnaast bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht. Hij nam ook de rol van ‘columnist’ op zich, waarbij hij op humorvolle wijze een link legde met de verandering van het politieke klimaat. Met alle gevolgen van dien op de natuur...

 

Jelle Reumer

Het programma bestond verder uit vier lezingen. Naarmate het programma vorderde werd het abstractieniveau lager: van verschuiving van klimaatenveloppen tot de effecten die nu al merkbaar zijn bij vleermuizen. Hieronder staan de samenvattingen van de lezingen.

Rob Bugter (Alterra):
Klimaatverandering en het verschuiven van soorten in Europa

De geografische zone waarin het klimaat toelaat dat een soort er voorkomt wordt wel de klimaatenvelop van de soort genoemd. Ons klimaat verandert, en dat betekent dat de klimaatenveloppen van soorten gaan schuiven. Maar hoeveel en op wat voor manier ons klimaat gaat veranderen is afhankelijk van een aantal factoren die moeilijk te voorspellen zijn. Daarom zijn er verschillende scenario’s voor de mogelijke veranderingen opgesteld, de zogenaamde klimaatscenario’s. Wanneer er een redelijk tot goed statistisch verband tussen klimaatkarakteristieken en verspreiding gelegd kan worden, kan op basis daarvan met speciale modellen voorspeld worden hoeveel en waarheen de klimaatenveloppen van soorten in die verschillende scenario’s gaan schuiven. Die voorspellingen vormen vervolgens weer de basis voor onderzoek naar o.a. het effect van versnippering op het opschuiven van soorten en de mogelijkheden om klimaateffecten te verzachten.
 

Arnold van Vliet (Wageningen University):
Grootschalige reactie van planten en dieren op klimaatverandering.

Sinds eind jaren 80 van de vorige eeuw hebben we aansluitend te maken met uiteenlopende weersextremen. Het jaar 2011 is in dat opzicht geen uitzondering al zijn de extremen weer groter dan voorheen. De discussie over klimaatverandering gaat tot nu toe vooral nog over wat er in de toekomst allemaal kan gaan gebeuren in de samenleving en in de natuur. De klimaatverandering van de afgelopen twintig jaar hebben echter al een zeer duidelijk effect op de Nederlandse natuur. Dat wordt vooral zichtbaar als je kijkt naar het tijdstip waarop jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur zich voordoen, de fenologie. Het groeiseizoen is inmiddels ongeveer een maand langer dan ruim twintig jaar geleden. De geografische verschuivingen in de natuur zijn een ander voorbeeld. In vrijwel alle soortgroepen zijn er voorbeelden van noordwaardse verschuivingen in leefgebied. Tijdens de presentatie zullen werd een groot aantal van deze veranderingen getoond.

 

Wieger Wamelink (Alterra):
Is het soortenbeleid wel klimaatbestendig?

In Nederland is er een lange traditie van het vastleggen van doelsoorten en doeltypen, zoals natuurdoeltypen en habitattypen (voor Natura 2000) met bijbehorende soortenlijstjes. Op het ogenblik wordt in aanvulling op de habitattypen gewerkt aan de zogenaamde beheertypen in het kader van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Voor het opstellen van de gewenste soortenlijstjes wordt vaak teruggrepen naar de situatie van de Nederlandse natuur voordat verzuring en vermesting, en klimaatverandering, hun effect deden voelen. Echter, de effecten van klimaatverandering zijn wezenlijk anders dan die van verzuring en vermesting. Waar verzuring en vermesting vooral voor het lokaal verdwijnen van soorten heeft geleid, zorgt klimaatverandering vooral voor het verschuiven van soorten. Zuidelijke (doel)soorten komen Nederland binnen en ‘eigen’ soorten schuiven op naar het noorden. De doelsoortenlijstjes houden daar nog geen rekening mee, wat tot problemen kan leiden, vooral als beheerders daarop ‘afgerekend’ gaan worden.

 

Herman Limpens (Zoogdiervereniging):
Effecten van klimaatverandering op vleermuizen

Vleermuizen zijn, of ze nu in koude streken of in de tropen wonen, ware energiekunstenaars. Als je als warmbloedig dier het vermogen hebt om ‘koud te hangen’ en je kan laten ‘opwarmen door de zon’, kan je in elke situatie kiezen of je energie gaat vergaren of juist besparen. Daarmee is ook de verblijfplaatskeuze en locatie daarvan in het landschap een belangrijk onderdeel van het energiemanagement. Veranderingen in het klimaat zullen dan ook altijd op de een of andere manier positief dan wel negatief van invloed zijn op vleermuizen. Het gaat dan om de invloed van temperatuur, neerslag en wind, veranderingen en variabiliteit in lengte en timing van seizoenen, variabiliteit en extremen in het weer direct op vleermuizen, of via landschap, verblijfplaatsen en voedsel. Veel literatuur is analyserend en speculatief. Concreet onderzoek is relatief zeldzaam. Het is toch een soortgroep die moeilijk te onderzoeken is. Omdat er zeker negatieve gevolgen te verwachten zijn en al zijn waargenomen, en het bovendien razend interessant mechanismen blootlegt, is het zeer relevant om met onderzoek van effecten van klimaatverandering op vleermuizen aan de gang te gaan.

Foto's: Stefan Vreugdenhil

Publicatiedatum: 02 december 2011