Wasbeerhond in Friesland


22 november 2010
 

Eind oktober sneuvelde tijdens de maïsoogst in Vegelinsoord, een klein plaatsje tussen Joure en Herenveen, een wasbeerhond.

De wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides) wordt ten onrechte ook wel eens marterhond genoemd. Het lijkt een merkwaardig toeval dat een wasbeerhond in een maïshakselmachine het loodje legt. Toch is dit niet zo. Ook vorig jaar kwam rond begin oktober een wasbeerhond in een maïshakselmachine in Vegelinsoord. En net aan de andere kant van Heerenveen, in het plaatsje Katlijk, kwam vorig jaar een wasbeerhond op dezelfde manier aan zijn einde. Het kan bijna geen toeval zijn dat op drie plaatsen zo vlak bij elkaar wasbeerhonden sneuvelen.



Wasbeerhonden zijn in de jaren dertig in Oost-Europa ontsnapt uit pelsdierboerderijen. Om de pelsdierjacht een nieuwe impuls te geven, zijn ze in de vijftiger jaren van de vorige eeuw ook expres uitgezet om te dienen als nieuw jachtdier. Kennelijk vermenigvuldigden de wasbeerhonden zich sneller dan de Russen konden schieten en langzamerhand lijkt de wasbeerhond het vaste land van geheel West-Europa te veroveren.

Hoewel de wasbeerhond in Nederland nog betrekkelijk zeldzaam is, lijkt hij Duitsland vrijwel geheel te hebben veroverd. Uit afschotcijfers in Duitsland blijkt dat in 1995 nog maar 407 wasbeerhonden werden geschoten. In het jachtjaar 2005 en in 2006 waren dat al meer dan 30.000 dieren. De toename van wasbeerhonden kan erg snel gaan, zo blijkt uit deze cijfers. Gemiddeld werpt het wijfje zes jongen, maar het kunnen er ook meer zijn. De welpjes zijn bijzonder speels.

Voedsel
De Wasbeerhond is een avond- en nachtdier en eet vanalles: muizen, vogels, eieren, vis, kikkers, insecten, aas, bessen en vruchten. Naast deze veelzijdige voedselkeuze kan de wasbeerhond ook nog in winterslaap gaan als het echt te koud en te bar wordt. Met een dergelijke opportunistisch levensstijl, lijkt de soort automatisch snel toe te nemen. Dat wordt nog versterkt doordat territoria in het oosten vol lijken te zitten en de wasbeerhonden steeds meer deze kant op komen, terwijl er weinig natuurlijke vijanden zijn.



In Nederland lijken de aantallen nog mee te vallen maar ook hier lijkt de soort snel toe te nemen. In een Duits jagersblad stond de spreuk: "De wasbeerhond herkent men daaraan, dat men hem niet ziet". En op een site staat: "De Wasbeerhond is onder ons, maar zelfs een jager zal hem zelden zien, want hij is de ware belichaming van camouflage".

Een geheimzinnig onopvallend dier dus. Op een databasesite worden alleen in Friesland in 23 5x5 km blokken waarnemingen van wasbeerhonden gemeld. Uitgaande van de geheimzinnige levenswijze van het dier zal hij ongetwijfeld in veel meer blokken zitten.

Rond Vegelinsoord was de predatie onder de kievitsnesten dit jaar erg groot. Op sommige maïslanden van de ene op de andere dag verdwenen. De sporen bleken volgens kenners niet van een vos te zijn, wel werd gedacht aan een marterachtige en door de snelle toename van de steenmarter werd al snel aan dit dier gedacht. Nu er voor het tweede jaar achter elkaar een wasbeerhond werd gevonden, gaan de gedachten toch ook die kant op. Daar waar in eerste instantie werd gedacht aan een toevallig aanwezig dier dat langs de spoorbaan richting het Noorden was getrokken, lijken er nu veel meer te zitten. Het volledig veroveren van Nederland door de wasbeerhond lijkt dan ook slechts een kwestie van tijd.
 

Foto: Tsjepke van der Honing
 

Publicatiedatum: 22 november 2010