Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren herzien

-->

17 november, 2007

 

Otter (© Dick Klees)

Otter (Lutra lutra)
(© Dick Klees/ Studio Wolverine)

In 1994 kwam de eerste Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare zoogdieren in Nederland uit. Ongeveer 40% van de inheemse zoogdiersoorten stond op die lijst. Op 17 november 2007 wordt een voorstel voor een herziening van die lijst gepresenteerd. Ten opzichte van 1994 is de lijst met 4 soorten langer geworden. Een zware klap voor de biodiversiteitsdoelstelling van de rijksoverheid: die wordt op deze manier niet gehaald.

De bedoeling is de lijst elke 10 jaar te herzien, zodat regelmatig uitgezocht wordt wat de toestand van de (bedreigde) soorten in Nederland is. In 2006 heeft de Zoogdiervereniging VZZ in nauwe samenwerking met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het basisrapport voor de nieuwe Rode Lijst opgesteld. In het rapport worden 24 soorten voorgedragen om op de Rode Lijst te plaatsen. Nog steeds zo'n 42% van de inheemse en ingeburgerde zoogdiersoorten. De samenstelling is wel wat anders dan in 1994. Sommige soorten zijn minder bedreigd dan in 1994, anderen juist sterker. Drie soorten, te weten franjestaart, gewone grootoorvleermuis en damhert, komen niet meer in aanmerking voor de Rode Lijst, terwijl 7 soorten nieuw zijn. Opvallend is dat zich onder de nieuwe kandidaten soorten bevinden waarvan gedacht werd dat ze wijd verspreid voorkomen, zoals laatvlieger, konijn, hermelijn en wezel. Het zijn ook nog eens soorten van het landelijk gebied. Dat juist deze soorten,! die vooral buiten de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) voorkomen, achteruitgaan is een teken aan de wand. Hetzelfde signaal is ook al voor de vogels afgegeven. Voor het behoud van de biodiversiteit in Nederland is de constructie van de EHS blijkbaar niet afdoende. Dit zijn duidelijke voorbeelden van de signaalfunctie die Rode Lijsten hebben.

Aantal soorten per Rode Lijst-categorie in 1994 en 2006

Het opstellen van de lijst was geen sinecure. Ten eerste mochten alleen inheemse en ingeburgerde soorten beschouwd worden. Dit zijn soorten die zich in Nederland voortplanten, i.c. jongen krijgen. Van heel wat zeldzame zoogdiersoorten is niet bekend of de dieren die in Nederland worden waargenomen hier hun jongen baren. Na veel wikken en wegen zijn uiteindelijk 57 soorten als inheems of ingeburgerd beschouwd. Omdat het voortplantingscriterium ten tijde van de vorige Rode Lijst niet toegepast was, moest die Rode Lijst herzien worden, zodat deze met de nieuwe lijst vergeleken kon worden. Tevens zijn de afgelopen tien jaar van enkele soorten nieuwe gegevens boven water gekomen, waardoor er over het vroegere voorkomen nu meer bekend is dan in 1994. Verder is het nog steeds zo dat over het voorkomen, en met name over de aantalsontwikkelingen van zoogdieren weinig bekend is. Er is veel tijd gestoken in allerlei analyses om toch zoveel mogelijk informatie over trends (veranderingen in de tijd) uit de beschikbare gegevens te halen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft hierbij de helpende hand uitgestoken.

De officiële, door de minister van LNV goedgekeurde Rode Lijst van Nederlandse zoogdieren wordt te zijner tijd in de Staatscourant gepubliceerd.

De presentatie van de Rode Lijst gebeurde tijdens het symposium 'Zoogdierbescherming werkt!', dat ter gelegenheid van de 55e verjaardag van de Zoogdiervereniging VZZ in het provinciehuis Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch gehouden wordt.

Zie ook het persbericht (word dcument) en het rapport Rodelijst Zoogdieren 2006 (pdf)