Aanvraag machtiging vleermuizen vangen/verstoren

Voor het vangen van vleermuizen in Nederland is een ontheffing nodig. De Zoogdiervereniging heeft zo'n ontheffing en kan onderzoekers machtigen om van deze ontheffing gebruik te maken. Om een machtiging aan te vragen moeten vleermuis onderzoekers een aanvraag (projectplan) indienen. De aanvraag wordt beoordeeld door de Commissie Vleermuizenvangen. Na goedkeuring wordt de machtiging verstrekt.

Onderzoekers die een machtiging aanvragen, dienen wel al de status van zelfstandig vanger behaald te hebben (zie daarvoor http://vleermuizenvangen.nl/).

Hoe vraag ik een machtiging aan?

Hier kan het formulier worden gedownload voor het doen van een machtigingsaanvraag. Geef in het formulier zo nauwkeurig mogelijk aan hoe het onderzoek eruit gaat zien en waarom. Alleen goed onderbouwde aanvragen komen in aanmerking voor een machtiging. De persoonsgegevens worden enkel gebruikt voor het uitschrijven van de machtiging. Print het ingevulde formulier uit, onderteken het, scan het ondertekende formulier in en stuur het naar: commissie@vleermuizenvangen.nl

Criteria machtigingsaanvraag

Bij het beoordelen van de aanvraag van een machtiging wordt naar de volgende criteria gekeken:

  • Is de aanvrager gecertificeerd zelfstandig vleermuisvanger? Zo niet, dan dan wordt aan de opleidersgroep gevraagd of de aanvrager aan de benodigde competenties voldoet. Informatie over alles wat te maken heeft met het opleidingstraject en de actuele lijst met gecertificeerde zelfstandig vangers is te vinden op http://vleermuizenvangen.nl/.
  • Is de aanvrager (en evt. personen die meehelpen met het onderzoek) adequaat tegen rabiës gevaccineerd?
  • Is het onderzoek goed doordacht en goed opgezet?
  • Is het vangen van vleermuizen nuttig en nodig, in de zin dat de informatie die beoogd wordt door middel van het vangen te verzamelen niet redelijkerwijs op een andere, voor vleermuizen minder verstorende wijze zou kunnen worden verzameld?
  • Is voldoende gewaarborgd dat geen (blijvende) schadelijke effecten optreden c.q. zijn de risico’s op schade aan vleermuizen en hun leefgebieden zo veel mogelijk beperkt?

Voorwaarden machtiging

  • De ontheffingshouder werkt volgens de “Richtlijnen vangen en hanteren van vleermuizen” zoals opgenomen in het Voorstel voor invoering van het Vleermuis-vangsysteem.
  • In het bijzonder verplicht machtigingshouder zich er toe er voor te zorgen dat personen die niet adequaat tegen rabiës zijn gevaccineerd geen vleermuizen hanteren.
  • De machtiginghouder stelt de in het onderzoek verzamelde gegevens bij afronding van het project gratis in passend elektronisch formaat aan de databank van de Zoogdiervereniging ter beschikking. Het gaat daarbij om verspreidingsgegevens en biometrische gegevens. Desgewenst kan dit – tijdelijk – onder embargo of met “vervaging” van de verspreidingsgegevens. De gegevens worden jaarlijks voor 31 december aangeleverd.
  • Bij afronding van het project zendt de ontvanger van de machtiging aan de Zoogdiervereniging gratis een beknopte evaluatie toe, waarin het vangonderzoek wordt geëvalueerd. In de evaluatie staat onder meer hoe vaak er is gevangen en welke soorten in welke aantallen zijn gevangen. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan afwijkingen van het vangplan en de overwegingen daarvoor, knelpunten bij de toepassing van de Richtlijnen en eventuele (bijna-) ongelukjes. Ook verbeterpunten komen aan de orde. Dit verslag wordt jaarlijks voor 31 december aangeleverd.

Hoe verder?

De Commissie Vleermuizenvangen beoordeeld de machtigingsaanvraag. De commissie zal een aanvraag binnen twee weken in behandeling nemen. Indien een aanvraag onvolledig is of onduidelijkheden bevat wordt de aanvrager om extra informatie gevraagd. Als de aanvraag compleet is en de commissie van mening is dat aan de toetsingscriteria is voldaan, zal een machtiging verstrekt worden. De gehele procedure neemt tussen de 2 en 4 weken in beslag, afhankelijk van de complexiteit van een aanvraag. 

Ethische richtlijnen

>

Richtlijnen vangen en hanteren van vleermuizen
versie: 27 januari 2009

Vangen algemeen

  • Te allen tijde is de vangleider verantwoordelijk voor het verloop van een vangactie. Hij/zij neemt wanneer nodig werkzaamheden van helpers over, of sluit (tijdelijk) de vangmiddelen.
  • Er wordt van te voren ingeschat hoeveel vangmiddelen door de vanggroep beheersbaar zijn. Bij onverwachte grotere aantallen vangsten worden vangmiddelen (tijdelijk) onklaar gemaakt.
  • Binnen een straal van 40 meter rond zomerverblijven van meervleermuis Myotis dascycneme, ingekorven vleermuis Myotis emarginatus, laatvlieger Eptesicus serotinus, vale vleermuis Myotis myotis of tweekleurige vleermuis Vespertilio murinus wordt niet gevangen. Hieronder valt ook het afvangen van een zomerverblijven. Dit, omdat deze soorten zeer trouw aan hun verblijfplaats zijn.
  • Een vangmiddel wordt zodanig opgezet, dat het snel dichtgeschoven kan worden als het vangstsucces groter is dan de verwerkingssnelheid.
  • Een vangmiddel wordt zodanig opgezet, dat een vleermuis snel binnen handbereik gebracht kan worden zonder het dier in gevaar te brengen.
  • Open mistnetten worden ten minste 1 keer per 10 minuten gecontroleerd op nieuw ingevlogen vleermuizen. Bij groot vangstsucces wordt de frequentie opgevoerd. Bij de plaatsing van de vangmiddelen wordt ervoor gezorgd dat deze controlesnelheid mogelijk is.
  • Vleermuizen worden in minder dan 2 minuten uit het net bevrijd. Vleermuizen waarbij dit niet lukt, krijgen een spoedbehandeling. Ofwel een ervaren vanger neemt het dier over en maakt dit los, ofwel het dier wordt bevrijd door de draden waarmee het dier verward zit los te knippen. Een schaar dient binnen handbereik te zijn.
  • Alle gevangen vleermuizen moeten uiterlijk een uur na de vangst weer worden vrijgelaten. Als er een speciale reden is om het dier langer vast te houden (bijvoorbeeld telemetrie) dan is bijvoedering vereist. Het is daarom aan te raden bijvoorbeeld meelwormen mee te nemen.
  • Zwangere of lacterende vrouwtjes krijgen een spoedbehandeling. Ze worden zo snel als mogelijk, maar tenminste binnen een half uur na de vangst vrijgelaten.
  • Hoogzwangere vrouwtjes en vrouwtjes met aanhangend jong worden direct vrijgelaten.
  • Bij vrijlating krijgen de dieren de gelegenheid zelfstandig weg te vliegen. Eventueel worden ze op een boom of muur geplaatst.
  • Afkoeling van dieren wordt voorkomen, bijvoorbeeld door ze niet op de tocht te hangen.
  • Afgekoelde dieren worden opgewarmd voor vrijlating.

Vangen in de buurt van verblijf of vliegroute

  • Een vangstteam in de buurt van een bekend verblijf dient uit minimaal 2 mensen te bestaan.
  • Om verstoring van vliegroutes te voorkomen wordt een route óf alleen in de avondtrek óf alleen in de ochtendtrek afgevangen.

Vangen boven water

  • De vangleider is verantwoordelijk voor het welzijn van de dieren. Deze heeft dus zelf ook een waadpak aan en een zwemband klaarliggen, zodat hij te hulp kan schieten als dat nodig is.
  • Er wordt gezorgd voor een lijn over het water voor de veiligheid van de vangers in het water. Tevens kan deze lijn gebruikt worden om zich snel door het water te verplaatsen. De tijd dat een vleermuis gevangen zit wordt hiermee bekort.
  • Een waternet mag nooit onbemand staan, dus alleen in combinatie met andere vangmiddelen als het waternet bemand kan blijven. Bij de inrichting van de vangplaats wordt ervoor gezorgd dat continu toezicht mogelijk is.
  • Er wordt speciale zorg besteed om te voorkomen dat dieren te water raken tijdens het vangen.

Het hierboven genoemde zijn richtlijnen. Voor bijzondere vraagstellingen of specifieke onderzoeksdoelen zijn uitzonderingen mogelijk. Dit gaat echter altijd in overleg tijdens het aanvragen van een machtiging bij het Commissie Hanteren. 

Wetgeving

>

In hoofdstuk I en III van de Flora- en Faunawet staan vier algemene verbodsbepalingen die tijdens het vangen en hanteren van vleermuizen relevant zijn. Deze bepalingen zijn verwerkt in de ethische richtlijnen die zijn opgenomen in het vangsysteem.

• Artikel 2. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

• Artikel 9. Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen.

• Artikel 10. Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten.

• Artikel 11. Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.

Commissie Vleermuizenvangen

>

De commissie bestaat uit de volgende leden:

  • Voorzitter: Kamiel Spoelstra
  • Overige leden: Jip Ramakers, Lysanne Snijders, Freek Cornelis, Bart Kranstauber, Anne-Jifke Haarsma, Wout Willems, René Janssen, Jaap van Schaik, Rob Koelman en Thijs Bosch