Zoektocht van jonge bevers naar eigen leefgebied is begonnen

21 maart 2016

Ieder voorjaar verlaat het grootste deel van de tegen de twee jaar oude bevers het ouderlijk territorium. Ze gaan dan op zoek naar een eigen territorium en een partner om zelf een familie te stichten. Daarbij doorkruisen ze soms verschillende beverterritoria die al bezet zijn.

In het voorjaar moeten beverterritoriumhouders daarom goed met elkaar communiceren of een bepaald gebied al bezet is. Dat doen bevers met behulp van geurmerken, die ze op de oevers langs het water leggen. Daarbij krabben ze modder en eventueel wat vegetatie bij elkaar tot een klein hoopje en drukken daarop vanuit de Castor- en anaalklieren het geurige zogenaamde bevergeil op die hoopjes. Voor bevers die een eigen territorium zoeken is dat het teken dat ze beter maar door kunnen zwemmen, anders krijgen ze de territoriumhouders achter zich aan en dat gaat er soms heftig aan toe. Die geurmerken worden het hele jaar aangelegd en dan vooral op territoriumgrenzen, maar in de periode dat jonge bevers op zoek gaan naar een eigen territorium construeren territoriumhouders opvallend meer geurmerken, als reactie op de naar een vrij territorium zoekende bevers.

Tijdens een onderzoek door de Zoogdiervereniging naar bevers in een uiterwaardengebied bij Arnhem werden in een beperkt gebied binnen een al langer bestaand beverterritorium drie inventarisatieronden gelopen om het aantal geurmerken in kaart te brengen. Eind december 2015 werden daarbij 8 geurmerken aangetroffen en eind januari  met 11 geurmerken een vergelijkbaar aantal. Half maart steeg dat echter plotseling naar 42 geurmerken. Dat is een duidelijke aanwijzing dat er bevers in de buurt zijn geweest die op zoek zijn naar een eigen territorium.


Geurplek van een bever (foto: Vilmar Dijkstra).

In veel gevallen moeten bevers door bestaande beverterritoria om lege geschikte gebieden te bereiken. Door daar snel doorheen te zwemmen proberen ze conflicten te vermijden, maar dat lukt niet altijd. De territoriumhouders proberen de passerende bevers te verjagen door ze desnoods te bijten waar ze maar kunnen. Regelmatig worden daarbij bijtwonden veroorzaakt aan staart, schouders en soms ook aan de snuit. Vaak genezen die bijtwonden goed en er zijn bijna geen volwassen bevers die geen oude bijtwonden hebben; te zien aan een beschadigde staart of verdikkingen van de huid op de schouders. Soms raakt een wond echter ontstoken en overlijdt het dier aan de verwondingen.

Als een bever het uiteindelijk is gelukt om een eigen territorium te bemachtigen, dan maken ze een goede kans om een leeftijd te bereiken van tegen de 15 jaar en soms nog ouder. Doorgaans krijgen de dieren voor het eerst jongen als ze drie of vier jaar oud zijn, als ze er tenminste in geslaagd zijn ook nog een partner te vinden. Het kan soms jaren duren voordat een partner wordt gevonden, maar omdat bevers vrij oud kunnen worden, hoeft dat geen probleem te zijn voor de instandhouding van de populatie.


Zwemmende Bever (foto: Maaike Plomp).

Tekst: Vilmar Dijkstra Zoogdiervereniging.