Op zoek naar de noordse woelmuis: eDNA als alternatief voor inloopvallen

6 juli 2017

De afgelopen jaren is door de Zoogdiervereniging een nieuwe methode ontwikkeld om het voorkomen van de zeldzame noordse woelmuis vast te stellen: eDNA uit keuteltjes. Deze nieuwe inventarisatiemethode blijkt een geweldig alternatief voor de klassieke inloopvallen.

De in ons land levende noordse woelmuizen worden tot een aparte ondersoort gerekend (Microtus oeconomus arenicola), die nergens anders in de wereld voorkomt. De soort wordt echter bedreigd en heeft veel concurrentie van de aardmuis (Microtus agrestis) en de veldmuis (Microtus arvalis), twee andere woelmuisachtigen. Het inventariseren van de noordse woelmuizen gebeurt standaard door het plaatsen van inloopvallen. Muizen worden daarmee levend gevangen en vervolgens gedetermineerd en op naam gebracht door een muizendeskundige.  Maar onderzoek met inloopvallen is arbeidsintensief en dus duur. Ook ondervinden de gevangen dieren veel stress. De laatste paar jaar is een nieuwe methode van inventariseren sterk in opkomst: het inventariseren van soorten met behulp van environmental DNA (eDNA). Environmental DNA is een techniek waarbij het voorkomen van soorten wordt aangetoond op basis van DNA-sporen die de doelsoorten in het milieu hebben achtergelaten. Deze sporen kunnen van alles zijn: haren, veren, slijm, maar ook keutels.


Noorse woelmuiskeutels verzamelen in het veld (foto: Sil Westra).

Woelmuizen maken keutelhoopjes in het veld. Wanneer de keutels vervolgens verzameld worden, kan met behulp van DNA-analyse in het lab bepaald worden om welke soort woelmuis het gaat. Een eerste test met keutels is uitgevoerd in het Wormer- en Jisperveld in Noord-Holland. Met behulp van keutels en DNA-analyse kon de soort uiteindelijk op alle 10 locaties worden aangetoond, terwijl de noordse woelmuis op drie locaties was gemist met de inloopvallen. In 2016 is de methode toegepast in het duingebied van Schouwen en vergeleken met inventarisatie met behulp van inloopvallen. In zes van de twaalf onderzochte gebieden bleken de inloopvallen noordse woelmuizen te bevatten. Maar met behulp van DNA uit keutels werden in tien van twaalf gebieden noordse woelmuizen aangetroffen.

Geconcludeerd kan worden dat het inventariseren van noordse woelmuizen met behulp van DNA uit keutels een geweldig alternatief is voor de oude methode met inloopvallen. Daarnaast biedt deze methode ook een eenvoudige mogelijkheid om de genetische vitaliteit van een populatie vast te stellen door te kijken naar de genetische variatie in het DNA uit de keuteltjes.


Verwerken van eDNA (foto: Sil Westra).

Het ontwikkelen van de eDNA-methodiek is mogelijk gemaakt door medewerking van de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland en in samenwerking met de experts van RAVON, SpyGen en Alterra. De resultaten zijn ook gepresenteerd op het STOWA-symposium over eDNA.

Een uitgebreid artikel (pdf) over de ervaringen van de Zoogdiervereniging met eDNA vind je in het zomernummer van ‘Zoogdier’ (jaargang 28, nummer 2), het verenigingsblad van de Zoogdiervereniging.

Tekst: Sander Bouwens en Maurice La Haye, Zoogdiervereniging.