Rapport 2007.21, rapport 2008.15
Er zijn momenteel nog slechts twee gebieden waarin de soort recentelijk bekend is: Savelsbos en Cannerbos in respectievelijk het oostelijk Maasdal en het westelijk Maasdal. De eikelmuis is daarmee verdwenen uit 13 van de 15 van oudsher bekende leefgebieden in Limburg. De sterkste achteruitgang is van recente datum, deze heeft zich voltrokken in de laatste twee decennia van de vorige eeuw.
Voor het verspreidingsonderzoek is een aantal inventarisatiemethoden mogelijk. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van nestkasten, inloopvallen, afnemen van interviews en geluidsonderzoek.
In onderstaande tabel is per methode aangegeven hoeveel kilometerhokken middels de betreffende methode onderzocht zijn en hoeveel waarnemingen hieruit resulteerden.
| Methode | #km-hokken | # waarnemingen |
| Nestkasten | 3 | 7 |
| Inloopvallen | 1 | 1 |
| Afnemen van interviews | 2 | 2 |
| Zichtwaarneming | 1 | 1 |
| Geluidsonderzoek | 2 | 0 |
De eikelmuis is enkel aangetroffen in de hellingbossen Savelsbos en Cannerbos. Daarbij zijn de meeste waarnemingen aan de randen van de bossen gedaan.
Aangezien het in beide bosgebieden om zeer lage dichtheden gaat is het belangrijk de beschermingsmaatregelen op korte termijn te realiseren. De maatregelen hebben met name invloed op de vergrootschaliging die op dit moment in deze omgeving speelt.
De kleinschalige landschapstypen, mantel- en zoomvegetaties en overgangsmilieus tussen opgaand bos en open ruimten, zijn voor deze soort van uiterst groot belang om ze in stand te houden. Herstel en beheer van deze landschapstypen dienen hoogste prioriteit te krijgen en gericht te worden op eikelmuizen. Alle maatregelen dienen op een zo kort mogelijke termijn plaats te vinden, waarbij het maken van verbindingen naar nabijgelegen bestaande hoogstamboomgaarden de hoogste prioriteit heeft.