Eekhoorn (Sciurus vulgaris)

  Rode eekhoorn (© Maaike Plomp

Algemeen

De eekhoorn (ook wel gewone of rode eekhoorn genoemd) is net als bevers, hamsters en muizen een knaagdier. De Latijnse naam van de eekhoorn betekent ‘gewone schaduwstaart’. Dat is vanwege zijn karakteristieke zithouding, met de staart over de rug.

Uiterlijk

De eekhoorn is een echte boombewoner die als een acrobaat door de bomen rent en springt. Maar ook op de bosbodem is hij goed thuis. Eekhoorns vallen op door hun grote pluimstaart, gepluimde oren, grote ogen en lange tenen met lange, scherpe nagels. De oorpluimen zijn in de winter veel langer dan in de zomer bij volwassen dieren. De vachtkleur van rug en staart varieert van rood(oranje) tot kanstanje- of donkerbruin. De buik heeft echter een witte vacht die duidelijk afsteekt tegen de rugvacht. De wintervacht is donkerder en grijzer dan de zomervacht. De staart wordt recht gehouden bij het rennen en dient als evenwicht bij het klimmen en springen. Staart en oren hebben ook een signaalfunctie naar soortgenoten toe. De voorpoten zijn veel korter dan de achterpoten.

Afmetingen
kop-romplengte: 21 - 25 cm
staartlengte: 14 – 22 cm
gewicht: 230 – 415 gr
Mannetjes en vrouwtjes zijn even groot.

Geluid

De eekhoorn maakt per situatie weer een ander geluid. Bij opwinding klinkt een scherp ‘tjuk-stuk-tjuk’, bij alarm ‘chroe-roe-roe’ en ter begroeting van een bekende soortgenoot ‘moek-moek-moek’. Maar ook fluitende tonen (jongen), kakelen, grommen en jammeren zijn te horen.

Leefgebied en verspreiding

Het verspreidingsgebied van de eekhoorn strekt zich uit over heel Europa en Noord-Azië. Ze leven tot op een hoogte van 2000 meter. De eekhoorn komt in grote delen van Nederland voor, vooral in Drenthe, Overijssel, Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Ook in de duinen van Noord- en Zuid-Holland komen eekhoorns voor. Tussen 1960 en 1970 brak een virusziekte uit waardoor de eekhoorn in het hele land zeldzaam werd. Na 1970 heeft herstel plaatsgevonden.

Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is.

Leefwijze en voedsel

Eekhoorns zijn vooral in de vroege ochtend en namiddag actief. Voedsel zoeken ze in bomen en op de grond. Ze kunnen goed springen en klimmen en bewegen zeer behendig tussen bomen en takken. De staart dient daarbij als evenwichtsorgaan. De eekhoorn daalt altijd met de kop naar beneden af van een boomstam. Eekhoorns kunnen prima zwemmen.

Hoewel ze in de winter minder actief zijn, kennen eekhoorns geen winterslaap . Bij regen, storm, ijzel of wanneer er een dik pak sneeuw ligt, blijft de eekhoorn (hooguit enkele dagen) in zijn nest. Met name in de herfst eten ze extra veel om een vetreserve aan te leggen en leggen ze voedselvoorraden aan om de wintermaanden door te komen. Eekhoorns verstoppen voedsel in de grond maar ook in boomholtes of de oksel van een boomstam. De plek waar ze hun voedsel hebben verstopt (slechts enkele noten bij elkaar) kunnen ze dankzij hun reukvermogen weer opsporen. Doordat eekhoorns echter niet alle voedsel terugvinden, dragen ze bij aan de verspreiding van boomzaden in het bos. Eekhoorns ‘stelen’ geen eten van soortgenoten.

Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden zoals eikels, noten en kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, schors, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels.

Territorium en verblijfplaats

Eekhoorns leven alleen en hebben een eigen leefgebied waarbinnen voedsel wordt gezocht. Deze leefgebieden kunnen elkaar overlappen en worden niet verdedigd; alleen het slaapnest wordt verdedigd. De territoria van mannetjes zijn groter dan die van vrouwtjes. In de paartijd slapen mannetje en vrouwtje geregeld in eenzelfde nest maar zodra de jongen geboren zijn wordt het mannetje niet meer bij het nest geduld.

Eekhoorns bouwen nesten in bomen die vooral in de winter, wanneer er geen blad aan de bomen zit, goed waarneembaar zijn. Het nest is bolvormig, zo groot als een voetbal en heeft een doorsnede van 30 tot 50 cm. Het wordt op minstens 5 meter boven de grond gebouwd. Van binnen zijn de nesten bekleed met zacht materiaal zoals bast, gras, mos of wol. Soms gebruiken ze ook boomholten, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Naast één hoofdnest zijn ook vijf tot zes kleinere 'reservenesten' in gebruik. Soms bouwen eekhoorns nesten hoog in de boomkroon. Daardoor kan verwarring met ekster ontstaan, maar de eekhoorn gebruikt twijgen met bladeren en deze takken zijn dunner dan de takken die eksters doorgaans gebruiken.

Voortplanting en leeftijd

De voortplantingsperiode is van december tot februari en van mei tot juni. In slechte voedseljaren slaan de vrouwtjes de eerste periode vaak over. Verschillende mannetjes achtervolgen in de paartijd eenzelfde vrouwtje en proberen met haar te paren. Na de paring leven ze weer apart. De draagtijd duurt 5-6 weken. In deze periode bouwt het vrouwtje haar kraamnest dat steviger is dan een gewoon nest en gemaakt van gevlochten takken en dik bekleed met gras. Hierna worden 2 tot 5 kale en blinde jongen geboren. Met drie weken zijn ze behaard en na vier weken gaan de ogen open. De jongen worden tien weken gezoogd, waarna ze vrij snel zelfstandig worden. Na drie maanden worden ze door de moeder uit haar territorium gejaagd. Na tien maanden zijn de jongen geslachtsrijp.

In het wild kunnen eekhoorns wild 7 jaar oud worden, maar meestal sterven ze jonger. Slechts een kwart van de jongen haalt het eerste levensjaar en slechts 1% van alle eekhoorns wordt 5 jaar of ouder.

Sporen

Vraatsporen

De eekhoorn bijt de schubben van dennenappels af om bij de zaden te komen en laat de kern liggen. Er blijft aan de dennenkegel een rafelige kern over. Schubben en kern zijn te vinden op ‘eetplekjes’ op de grond of meer verspreid onder een boom wanneer de eekhoorn in een boom heeft zitten eten. Paddenstoelen vastgeklemd in de oksel van een boomstam zijn ook het werk van eekhoorns. Verder zijn ervaren eekhoorns heel bedreven in het splijten van hazelnoten in twee gelijke helften. De minder ervaren dieren laten meer tandkrassen op de hazelnoot achter. Vraatsporen aan beukennootjes, eikels, walnoten, etc. zijn voor een leek lastig te onderscheiden van die van (grote) bosmuis of rosse woelmuis.

Eekhoorns bijten soms twijgen van naaldbomen af om de jonge knoppen leeg te eten. Om hun nest te bekleden, strippen eekhoorns schors van takken in lange repen. Herkenbaar aan het ontbreken van schors bij de tak (wat wel het geval is wanneer een dier naar voedsel – insecten – heeft gezocht onder de schors).

Uitwerpselen

De keutels van de eekhoorn zijn 4-6 mm dik en 5-8 mm lang. De keutels zijn kogelrond tot ovaal, zwartbruin tot zwart en vrij vast van samenstelling. De keutels zijn lastig te vinden, want eekhoorns laten ze willekeurig vanaf bomen vallen. Door het ontbreken van loopsporen in dat geval te onderscheiden van konijnenkeutels.

Loopsporen

De prent van een eekhoorn is heel herkenbaar aan de afdruk van de voorvoet met 4 lange tenen met flinke nagels en achtervoet met 5 tenen waarvan de twee buitenste een beetje opzij gericht zijn. De hielafdruk is vaak te zien. Het spoor loop vaak van boom naar boom. De paslengte varieert van 45 tot 100 cm. Eekhoorns bewegen zich altijd in viersprong voor (sprongengalop).

Bedreiging en bescherming

De natuurlijke vijanden van de eekhoorn zijn de boommarter en havik en de vos op de grond. Vooral jonge, net zelfstandige eekhoorns vallen aan hen ten prooi. In het verkeer vallen ook veel slachtoffers. Hoewel eekhoorn snel kunnen rennen, hebben ze de neiging bij het oversteken van de weg wanneer er gevaar dreigt, stil te gaan zitten ‘als een bolletje’.

De populatiegrootte is sterk afhankelijk van de hoeveelheid aanwezig voedsel. Na een matige zomer en herfst sterven vele eekhoorns in de winter. Ook neemt de vruchtbaarheid het jaar daarna aanzienlijk af waardoor de populatie nog meer afneemt en langzaam over meerdere jaren pas hersteld.

In Groot-Brittannië is de rode eekhoorn in vele gebieden vrijwel geheel verdwenen en ‘teruggedrongen’ naar gebieden met naaldbossen door de grijze eekhoorn, een exoot ingevoerd vanuit Noord-Amerika. Ook in Nederland leven er in het wild inmiddels levensvatbare populaties van uitheemse eekhoornsoorten (bijvoorbeeld de Pallas’ eekhoorn bij Weert). De Zoogdiervereniging pleit dan voor het verbieden van en extra waakzaamheid omtrent deze exoten.

De eekhoorn is in Nederland beschermd. Dat betekent dat het verboden is eekhoorns te vangen, te doden, in gevangenschap te houden of dit te proberen. Ook mag niet worden gehandeld in eekhoorns of delen van eekhoorns. Het is bovendien verboden eekhoorns te verontrusten of het nest te beschadigen of te bemachtigen (of dit te proberen).

Mocht een zieke eekhoorn of een in de steek gelaten jong worden aangetroffen, bel dan Stichting Eekhoornopvang. Dit is het enige gespecialiseerde opvangcentrum in Nederland waar zieke of jonge eekhoorns kunnen worden ondergebracht om zodra het kan weer te worden teruggezet in de vrij natuur.

Waarnemen en onderzoek

Eekhoorns zijn overdag actief zodat ze tamelijk makkelijk zijn waar te nemen. In de winter zijn nesten in loofbomen goed waar te nemen door de doorzichtige boomkroon.