De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is een lastig te inventariseren soort: ze komen vaak in lage dichtheden voor en worden niet snel gevangen. Resten van waterspitsmuizen vinden we wel in braakballen van kerkuilen. Maar er wonen weinig kerkuilen in een groot deel van hun potentiële verspreidingsgebied.
Een deel van de verspreidingskaart van de waterspitsmuis in Nederlands is daardoor onbekend, met name in de provincies Utrecht en Zuid Holland. De wens is deze witte plekken op de kaart de komende jaren in te vullen.
Om het verspreidingsgebied van de waterspitsmuis efficiënt in kaart te brengen heeft de Zoogdiervereniging een techniek getest, die in Engeland erg succesvol en efficiënt is gebleken: de lokbuismethode. Bij deze methode worden (spits)muizen met lokvoer in een pvc-buis gelokt, waarin ze vervolgens hun uitwerpselen kunnen achterlaten.
Om de lokbuismethode te kunnen ijken zijn in de te onderzoeken gebieden tegelijkertijd live-traps ingezet. Het vangen met live-traps is een bekende, maar zeer arbeidsintensieve, methode voor het vangen van onder andere waterspitsmuizen.
Vijfentwintig locaties zijn uiteindelijk bevangen: vijf in Groningen, tien langs de randmeren tien langs de IJssel. Waterspitsmuizen zijn gevonden ten oosten van Groningen, ten westen van Zutphen en in Noord-Holland. Aan de zuidrand van het Eemmeer en het Veluwemeer zijn geen waterspitsmuizen aangetroffen.
Er is op grond van de bedroevende resultaten besloten om de lokbuismethode niet langer toe te passen en voorlopig het vangen met inloopvallen als enige betrouwbare inventarisatiemethode te hanteren.
Meer lezen?