Hazen in de voortplanting: rammelen!

23 februari 2016

Alleen in oktober en november zijn hazen niet vruchtbaar, de rest van het jaar wel. Rond de kortste dag begint het nieuwe voortplantingsseizoen, waarvan de piek ligt tussen februari en mei. In deze periode worden vaak grote groepen hazen gezien, regelmatig 10-30 en soms tot wel 75. Overdag, op de kale velden, rennen de hazen over het veld. Dit gedrag heet ‘rammelen’. Later in het jaar is er wel gewone paarvorming, maar is dit gedrag niet meer aanwezig.

De rammelplaats moet voldoende overzichtelijk zijn (open gebied); het ‘drijven’ duurt lang en gebeurt over grote afstanden. Er moet voldoende voedsel en dekking zijn. Het paargedrag wordt onderbroken door rusten en foerageren. En het zijn vooral droge gronden, omdat natte grond het rennen bemoeilijkt. Meestal beginnen één of enkele rammelaars (mannen) met het opdrijven van de moeren. Dit plotselinge gedrag werkt aanstekelijk en steeds meer andere hazen sluiten zich aan. De mannen gaan niet achter één moer aan, het is meer een gezamenlijk rennen.

Tijdens dit fenomeen vindt de paarvorming plaats. Paren zonderen zich af om alleen verder te drijven of te rusten. Dan weer sluiten ze zich bij de groep aan, waarbij ze soms een andere partner uitkiezen. In de buurt van zo’n paartje loopt vaak een ‘bijhaas’ die het op de moer heeft voorzien. Meestal is dit een jonger dier. De paarvorming is in elk geval voor het paarseizoen, maar mogelijk ook meerjarig. Door het bij elkaar komen van hazen uit een groter gebied wordt inteelt voorkomen. Ongeveer vier weken na de rammeltijd worden de moeren drachtig.


Rennende hazen (foto: Wesley Overman).

Net als veel andere dieren zijn hazen in eerste instantie contactschuw. Bij het afscheiden van de grote groep moet dit aangeboren gedrag worden overwonnen. Een uur of langer loopt de rammelaar langzaam achter de moer aan, waarbij de afstand steeds kleiner wordt. Als hij te dichtbij komt, neemt de moer zittend op de achterpoten en met teruggeslagen oren een dreighouding aan. Dit kan overgaan in afweren: het bekende boksen met de voorpoten. Soms vindt een echte aanval plaats! Dit kan tot serieuze verwondingen leiden, maar uiteindelijk is dit ook het spel van de liefde. Er wordt gebokst, geïmponeerd, de opwinding stijgt en als de schuwheid afneemt wordt er gesnuffeld en gelikt.

Tijdens dit gedrag zijn er ook andere kapers op de kust. De rammelaar verdedigt zijn plek zwaar. Er zijn veel onderlinge ruzies met vooral dreig- en imponeergedrag. Twee mannen gaan tegenover elkaar zitten en kijken elkaar met naar voren gerichte oren aan. De verliezer draait zijn kop af, dat kan ook de verdediger zijn. Hij buigt zijn oren en wordt verdreven. Soms leidt dit tot dominantiegevechten, waarbij krachtige slagen worden uitgedeeld met de voorpoten. Toch raken de dieren elkaar meestal niet.

Als je de komende twee maanden zo’n grote groep hazen ziet, trek dan eens een halfuurtje uit om van dit mooie schouwspel te genieten. Probeer dan te ontdekken of je rammelaars, moeren en bijhazen kunt onderscheiden. Ongetwijfeld raak je dan in de ban van het rammelen!

Tekst: Hans Hollander, Bureau van de Zoogdiervereniging.