De nieuwe Natuurwet: kansen voor wezel, hermelijn en bunzing

24 mei 2017

Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming (Wnb) van kracht en zijn de provincies verantwoordelijk voor de bescherming van wezel, hermelijn en bunzing. In de Wet Natuurbescherming hebben de provincies de mogelijkheid om specifieke soorten van de lijst met beschermde soorten te verwijderen (via een vrijstellingenbesluit). De meeste provincies hebben de wezel, hermelijn en bunzing helaas van hun beschermde status ontdaan. Alleen in Noord Brabant en Noord-Holland zijn de rust- en verblijfplaatsen van wezel, hermelijn en bunzing beschermt. Maar wat weten we eigenlijk over deze soorten en wat zijn eigenlijk de vaste rust- en verblijfplaatsen van kleine marters?

Waarom zou je kleine marters beschermen?

De laatste jaren lijkt het met veel roofdieren in Nederland weer beter te gaan. De vos heeft sinds de jaren tachtig grote delen van het land gekoloniseerd. Ook de das is bezig met een succesvolle comeback. Steenmarters zijn in het oosten van het land algemeen en rukken op naar het westen. Ook de boommarter duikt op steeds meer plaatsen op. Zelfs otter en wilde kat krijgen weer vaste voet aan de grond.

Met wildcamera’s, DNA-onderzoek en het verzamelen van losse waarnemingen worden deze ontwikkelingen op de voet gevolgd. Hoe anders is het gesteld met de wezel, hermelijn en bunzing. Vanouds kwamen deze soorten in grote delen van het land voor, maar het lijkt er op dat ze de afgelopen decennia sterk in aantal zijn teruggelopen. Lijkt, want wie op zoek gaat naar data zal weinig ‘harde cijfers’ vinden. Wezel en hermelijn staan inmiddels wel op de Rode Lijst als ‘gevoelig’, maar van de bunzing hebben we onvoldoende data om een uitspraak te kunnen doen over de status van de soort.


Hermelijn (foto: Otte Zijlstra).

Actuele kennis ontbreekt

Kennis over de wezel, hermelijn en bunzing is beperkt. Dat maakt het lastig om effectieve beschermingsmaatregelen te kunnen nemen. In de praktijk zal snel gedacht worden aan het beschermen van ruige (over)hoeken, kleine bosjes, moerasjes, holle bomen of bijvoorbeeld boerenerven met schuilplekken, maar zijn dit ook echt de belangrijkste rust- en verblijfplaatsen? Een urgente vraag is hoe je eigenlijk vaststelt wat vaste rust- en verblijfplaatsen voor kleine marters zijn en hoe effectief die zijn te beschermen. Goed onderbouwde voorstellen voor bescherming zijn nodig en dat vraagt onderzoeken om meer grip te krijgen op de ecologie van kleine marters.


Wezel (foto: Menno Schaefer).

Een unieke kans, help mee!

Bescherming van wezel, hermelijn en bunzing in de nieuwe Wet Natuurbescherming betekent een unieke kans om serieus werk te maken van nieuwe, innovatieve inventarisatie- en monitoringstechnieken. Een uitdaging die de Zoogdiervereniging  gaat oppakken, maar waarbij alle hulp welkom is. Wil je meedoen of meehelpen? Neem dan contact op met ondergetekenden of meld je bij de Werkgroep Kleine Marterachtigen van de Zoogdiervereniging.

Maurice La Haye (Zoogdiervereniging) en John Rozema (Werkgroep Kleine Marterachtigen)